De djembé - Djembé Mzungu

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

De djembé is gemaakt uit een massief stuk boomstam, meestal goni-hout of - liever nog - lengé hout. Hoe harder en zwaarder het hout, hoe beter de klank. Traditioneel gelooft men dat de boom wordt bewoond door geesten. Het kappen van de boom gaat dan ook gepaard met rituele ceremonies en offers om de geesten te bedaren.
De boomstam wordt uitgehold tot een zandlopervormige vaas, die vervolgens wordt bespannen met een geschoren vel, die met touwen wordt strakgetrokken tot de juiste spanning ontstaat. Het vel dient sterk en soepel te zijn. Een antilopehuid komt daarom het meest in aanmerking, maar sinds de antilope schaars is geworden en stropen daarom verboden, wordt nu een geitevel gebruikt.
Het specifiek ratelende geluid wordt veroorzaakt door de aan de velrand aangebrachte kessing, gemaakt van draad en blik.
De djembé wordt bespeeld met de blote hand en kan drie verschillende tonen produceren.
De djembé is het instrument dat in West-Afrika op geen enkel feest ontbreekt. Een djembé ensemble bestaat meestal uit drie of vier djembé's waarvan er een solo-instrument en twee of drie djembé's voor de begeleiding. Daarnaast wordt de lage baspartij, de basis van in elkaar schuivende ritmische patronen, gevormd door de doundouns. De doundoun heeft twee speelzijden en wordt bespeeld met een stok. Het vel van de doundoun is heel dik, en geeft een diep laag geluid.
Er zijn drie maten doundoun te onderscheiden: de kenkeni (kleine), de sangban (middelste) en de doundounba (grootste).
Daaroverheen speelt de solist op de hoogst klinkende djembé zijn geïmproviseerde solopartijen.
De djembé wordt gebruikt bij ceremonies als bruiloften, doop en besnijdenis. Iedere bijzondere gebeurtenis in het leven kent zijn eigen ritme. En bij ieder ritme hoort weer een speciale dans.
Bespelen van de djembé

De Houding
Wanneer je zittend speelt zet je de djembé tussen je benen en laat hem iets voorover hellen zodat je hierdoor een opening krijgt tussen je djembé en de vloer Zo komen de klanken, vooral de bas, beter tot hun recht. Je kan de djembé nu tussen je benen klemmen, er zijn mensen die om hun middel een touwtje binden en vastzetten aan de djembé zodat de trommel niet weg zal glijden wanneer ze spelen.
Let erop dat je je rug goed recht houdt tijdens het spelen en vooral ook normaal blijft doorademen. Wanneer je nl. met gebogen rug achter je djembé zit, krijg je al gauw rugpijn en hou je het spelen niet vol.
Hetzelfde gebeurt als je tijdens het spelen van een wat ingewikkeld stuk of tijdens een solo je adem gaat inhouden, je raakt dan verkrampt en het stuk wordt ineens veel moeilijker te spelen.
Zittend speel je het lekkerst als je een verstelbaar krukje neemt (drum- of pianokruk).
Voor het staand spelen zijn er speciale banden verkrijgbaar, je kan deze natuurlijk ook zelf maken.
Het voordeel van staand spelen vind ik dat je vrijer bent in je bewegingen en dus lekker uit je bol kan staan te swingen en spelen.

De klanken
De Bas
Je gestrekte hand met de duim iets omhoog slaat het vel in het midden aan. Daarna trek je je hand weer snel terug. Trek je handen niet teveel terug want je zal ze weer nodig hebben voor een volgende slag. Hoe dichter je met je handen bij het vel blijft des te sneller kan je je volgende slag maken. Het geluid moet een mooie volle bas zijn Sla de bas nooit te ver achter op het vel (van je af) dat is een fout die veel beginners maken.
De (Open) Toon
De klank van deze toon dient mooi open en 'rond' te klinken, de toonhoogte is afhankelijk van de spanning van het vel, de stemming.
Met gestrekte vingers raken we het vel, de palm (daar waar je vingers beginnen) slaat op de rand van het vel, de duim laten we iets omhoog steken (doe je dit niet dan voel je hem op de rand slaan... pijnlijk). Om een mooie toon te krijgen, let je op de volgende dingen:
* Geen kracht in je vingertoppen leggen, zodat deze nadat ze het vel hebben geraakt weer terugkaatsen. (katapult)
* Vingers goed recht en gesloten houden, hoe rechter in lijn hoe meer aanslag hoorbaar is.
De Slap
Met uitgestrekte (niet te uitgestrekt) vingers raak je het vel, de palm (daar waar je vingers beginnen) slaat op de rand van het vel, de duim laten we weer iets omhoog steken. Ook bij de Slap geen kracht in je vingertoppen leggen, zodat deze nadat ze het vel hebben geraakt weer terugkaatsen. (katapult)
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu